De Tuna-traditie

Een Tuna is van origine een Spaanse traditie. Het begrip ‘Tuna’ (van het oude werkwoord ‘Tunar’, wat letterlijk zwerven betekent) stamt uit de vroege middeleeuwen. Groepjes studenten trokken van leermeester naar leermeester. Onderweg stopten zij bij de vele kloosters, waar zij vervolgens onderdak en gratis soep aangeboden kregen. Door het maken van muziek voorzagen zij zichzelf ook in de rest van hun levensonderhoud. Ook de liefde werd bezongen door gevoelige serenades te geven om ongehuwde schonen voor zich te winnen.

Een zingende gitaarspelende student is een Tuno. Een groepje muzikanten wordt een Tuna genoemd. Later, rond het jaar 1200, verschenen in Europa de eerste universiteiten. Hierdoor verdween de noodzaak om rond te trekken. De tradities van de Tuna’s bleef echter bestaan. Groepjes muzikanten bleven samen spelen, maar dan op de universiteiten zelf. Ook bleef het in Spanje gebruikelijk om huwbare meisjes serenades te geven.

Tegenwoordig heeft bijna iedere universiteit in Spanje één of meerdere Tuna’s. Symbolen uit de begintijd die nu nog steeds gerespecteerd worden zijn bijvoorbeeld de houten soepnap, de gekruiste lepel en vork en de zwarte kleding. Als beloning voor de gegeven serenades werden vaak kleurrijke linten gegeven die vervolgens aan de capa (cape) werden gehangen. De kleur van de beca (sjerp) geeft studierichting aan. Ook komen er Tuna’s in andere landen voor zoals bijvoorbeeld Portugal, Mexico en Peru. In 1964, 50 jaar geleden, is de Spaanse Tuna-traditie overgewaaid naar Nederland.